Waterbeheer

Tussen een bestuurslaag in het Nederlandse staatsbestel en een ingenieursbureau ontstond een geschil over waterlopen. Men wenste actie om zowel financiƫle overwegingen als om de noodzaak van kwaliteitsbehoud. Om de laatste aarzelingen te overwinnen, spraken partijen vooraf afzonderlijk met de bemiddelaar.

Partijen kwamen vervolgens binnen een week driemaal gezamenlijk bij elkaar. Hoewel de oorzaak een bij uitstek technisch karakter had, waarin metingen, marges, duikers en verhang een hoofdrol speelden, hadden vertragingen en meningsverschillen het onderlinge vertrouwen gemarginaliseerd. Het vertrouwen werd enigszins hersteld doordat men over en weer beter inzicht kreeg in de oorsprong van ieders interpretatie van gebeurtenissen en omstandigheden. Om vaart te maken besloot men vervolgens rigoureus voor de toekomst te kiezen. De gebeurtenissen en omstandigheden uit het verleden (waarover men het verder oneens bleef) liet men achter zich. Er is een analyse gemaakt van alternatieve oplossingen en vervolgens zijn de marges bepaald waarbinnen oplossingen moest worden gevonden. Het resulteerde in een set afspraken over meerwerk, boetes, renten en per gebiedseenheid een serie nader gespecificeerde kwaliteitseisen. De doorlooptijd bedroeg zeven weken.